Gaan we zitten klagen of zullen we bijdragen?
Maart 2026
We kennen ze allemaal, van die mopperpotten die de hele dag door aan het klagen zijn. Niets is goed en overal moet een zegje over worden gedaan. Daartegenover staan de mensen die onvermoeid door blijven gaan. Die vaak ook wel denken “Tjee, wat onhandig!” of “Wie heeft dit nou weer bedacht?”, en dat soms ook hardop zeggen, maar die vervolgens wel met een oplossing of alternatief komen en daarmee aan de slag gaan.
Of iemand gaat klagen of juist zin heeft om bij te dragen, heeft vaak te maken met hoe iemand met spanning en tegenslag omgaat. De één is van nature meer oplossingsgericht en krijgt energie van het zoeken naar verbetering, terwijl de ander vooral behoefte heeft om onvrede te ventileren. Ook veerkracht en energieniveau maken verschil. Iemand die al onder druk staat of zich langdurig overvraagd voelt, heeft meestal minder ruimte om constructief bij te dragen.
Maar nog belangrijker is hoe iemand een situatie beleeft. Want wanneer mensen het gevoel hebben dat zij invloed hebben en dat hun inzet verschil kan maken, zijn ze eerder geneigd om mee te denken en verantwoordelijkheid te nemen. Wie daarentegen ervaart dat beslissingen toch al vaststaan of dat zijn of haar stem niet wordt gehoord, kan zich machteloos voelen. Klagen wordt dan een manier om frustratie te uiten.
De omgeving beïnvloedt dit proces eveneens. In een team waar veel geklaagd wordt, nemen mensen dat gedrag sneller over. In een cultuur waar initiatief wordt gewaardeerd en steun wordt ervaren, groeit juist betrokkenheid. Uiteindelijk zegt klagen vaak meer over ervaren onmacht of niet vervulde behoeften dan over onwil. Wanneer mensen zich gehoord, gewaardeerd en invloedrijk voelen, ontstaat er doorgaans vanzelf meer motivatie om bij te dragen.
Een rebellenactie: Het gezelligste huiske midden in een Maastrichtse wijk
Toen Jacqueline Hendriks als wijkverpleegkundige in de Maastrichtse wijk Blauwdorp-Mariaberg aan de slag ging, zag ze van alles. Maar dat was niet alleen gezelligheid. Er was ook veel armoede, huiselijk geweld en eenzaamheid. Tegelijkertijd was de baan als wijkverpleegkundige ook niet meer zoals vroeger; een groot deel van de tijd doorbrengen met de mensen in de wijk had plaatsgemaakt voor het kantoor en de computer.
Ze kreeg het idee om een centrale plek midden in de wijk te creëren, waar niet alleen de wijkverpleegkundigen komen, maar bijvoorbeeld ook de huisarts en de wijkagent. Een ontmoetingsplek waar je tussen de mensen staat, waar iedereen binnen kan komen voor een kop koffie en waar je dus snel signalen oppikt dat er iets mis zou kunnen zijn met iemand.
Maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want hoe krijg je zoiets voor elkaar? Ze begon te zoeken naar een geschikte plek, maar na de zoveelste bezuinigingsronde leek haar droom verder weg dan ooit. Maar ondanks de vele tegenslagen gaf ze niet op. Toen ze in gesprek kwam met de directie, greep ze haar kans en deelde haar idee. Er werd gelachen, maar ze zagen dat ze bloedserieus was. En dus kreeg ze de kans om het te gaan doen. Die greep ze met twee handen aan en na heel veel hard werk en veel praten opende het ‘huiske’ de deuren begin 2016.
Heb jij een voorbeeld dat anderen kan inspireren of waar we van kunnen leren? Deel het met ons!
Niet bij de pakken neerzitten
Het was geen makkelijke weg en uiteindelijk duurde het vier jaar voordat het ‘huiske’ er was. Er waren veel momenten waarop Jacqueline had kunnen besluiten om ermee te stoppen. Maar in plaats van bij de pakken neer te zitten en te gaan klagen, gaf ze niet op en zocht ze naar manieren hoe het wel zou kunnen. Dat is precies een van de kenmerken van een bijdrager.
Een klager blijft hangen in het klagen en maakt er een gewoonte van, terwijl de bijdrager reflecteert op het eigen gedrag en dan een ommezwaai maakt en die energie omzet in iets positiefs:
Goed om te realiseren is dat ook de bijdrager heel kritisch kan zijn en haar of zijn frustratie uit, maar dat dat niet verward moet worden met klagen. De bijdrager realiseert zich dat zij of hij veel meer regelruimte heeft dan vaak wordt gedacht. Het is een kwestie van niet te snel opgeven als het even tegenzit en creatief kunnen meebewegen als de situatie daar om vraagt. Zij weten: klagen kost energie, terwijl bijdragen juist energie oplevert.
De rebellenoefening: Leer nu hoe jij van een klager een bijdrager kunt worden
Iedere maand delen wij een rebellenoefening en deze keer is dat “van klagen naar bijdragen”, waarin we zowel het perspectief van de collega van de klager als de klager zelf beetpakken. We zien namelijk dat beiden een cruciale rol spelen in het verbeteren van de situatie.
Met deze oefening wordt je uitgedaagd om aan de hand van een aantal vragen die je aan jezelf kunt stellen te zorgen voor minder geklaag in het team, of je nou de klager zelf bent of de collega van de klager.
Voor de collega van de ‘klager’
NIVEAU 1: acteren
- Waar gaat het klagen precies over en begrijp ik de onderliggende redenen goed?
- Is dit incidenteel klagen of een patroon van deze persoon?
- Hebben meerdere mensen in het team dezelfde frustraties of klachten?
- Moet ik dit probleem zelf oplossen? Of kan ik deze persoon of het team faciliteren om eigenaarschap te nemen en ruimte te geven om het probleem zelf op te lossen?
NIVEAU 2: reflecteren
- Wat ervaar ik als klagen en is het echt altijd klagen?
- Noem ik het klagen omdat het mij ongemakkelijk maakt?
- Vraag ik vaak genoeg: “Wat stel je voor?” of neem ik het te snel over?
- Heb ik eigenaarschap nemen echt onderdeel gemaakt van onze norm?
- Geef ik zelf het goede voorbeeld in hoe ik omga met frustraties?
Voor de ‘klager’
NIVEAU 1: meedenken
- Waarover ben ik gefrustreerd of ontevreden?
- Wat wil ik dat het anders of beter wordt?
- Wat is mijn concrete voorstel?
- Welke eerste kleine actie kan ik zelf nemen?
- Zijn er collega’s die me daarbij kunnen en willen helpen?
- Hoe kan ik dit constructief met mijn leidinggevende bespreken?
NIVEAU 2: reflecteren
- Wat zegt mijn geklaag of frustratie over wat ik belangrijk vind?
- Ben ik aan het ontladen of aan het verbeteren?
- Wil ik gelijk krijgen of vooruitkomen?
- Hoe zou ik reageren als iemand bij mij zo zou klagen?
✅ Wil je de oefening in pdf-formaat? Kijk dan op de pagina met alle zorgrebellen oefeningen!
Meer verdieping?
📚 Lees het hele boek “Boven het maaiveld schijnt de zon” van Jacqueline Hendriks, waarin ze allerlei verhalen deelt die zich in en rondom het huiske afspelen en waar ze regelmatig buiten de lijntjes kleurt om zo de beste zorg te kunnen geven
👀 Bekijk deze aflevering van de Leuker Leren Leven Podcast over “Waarom klagen je ongelukkig maakt (en hoe je het doorbreekt)”.
🎧 Luister naar de podcast reeks “The No Complaining Project” als je wil leren om nooit meer te klagen (en wat dat je zal opleveren):
Volgende editie
Ken je dat, dat je niets liever wil, maar op je werk niet het goede kúnt doen? Dan heb je te maken met morele stress. Iets dat vele zorgprofessionals wel zullen herkennen, bijvoorbeeld als je door een personeelstekort te weinig tijd kan nemen voor je patiënten. Dat is het thema voor volgende keer!
Tot de volgende keer!